• Spelregels

    1. Het aantal spelers

     

    a)               Een JO12/JO13 -team bestaat uit maximaal 4 veldspelers en één doelverdediger.

    b)               Een JO10/JO11 -team bestaat uit maximaal 5 veldspelers en één doelverdediger.

    c)               Een JO8/JO9 –team bestaat uit maximaal 5 veldspelers en één doelverdediger.

    In onderling overleg en met goedkeuring van de scheidsrechter mogen deze aantallen afwijken.

     

    2)               Een team staat onder leiding van een coach/leider die niet jonger dan 16 jaar is.

    3)               Een speler mag op elk moment op de daarvoor bestemde plaats gewisseld worden met een wisselspeler. De plaats waar de wissel van de spelers moet worden uitgevoerd, is binnen maximaal drie meter aan beide zijden van de middenlijn.

    4)               De wisselspeler mag worden ingezet, zodra de te vervangen speler het speelveld heeft verlaten.

    5)               Eén van de spelers van het team moet als aanvoerder worden aangewezen en herkenbaar zijn aan het dragen van een band om de rechterbovenarm, in kleur afwijkend van de kleur van het kostuum.

    6)               Het is verplicht scheenbeschermers te dragen tijdens zaalwedstrijden.

      

    2. Overtredingen

    Alle overtredingen, die bij het veldvoetbal worden bestraft, worden ook bij het zaalvoetbal bestraft. Ook wordt gestraft als een speler door een sliding de bal voor de voeten van een tegenstander wegspeelt of poogt weg te spelen. (Een sliding zonder dat een tegenstander in de buurt is, is wel toegestaan.) Een schouderduw is ook niet toegestaan.

    Overtredingen moeten worden bestraft met een vrije schop aan de tegenpartij, te nemen vanaf de plaats waar de overtreding plaatsvond. Indien een overtreding werd begaan tegen het verdedigende team in haar eigen strafschopgebied, dan dient deze vrije schop genomen te worden op de zes -meterlijn zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.

    Indien een speler van de verdedigende partij opzettelijk een overtreding begaat in zijn strafschopgebied, dan moet hij bestraft worden met een strafschop.

     

    3. De vrije schop

    1. Een vrije schop moet worden genomen op de plaats van de overtreding. Wordt echter een vrije schop toegekend in het strafschopgebied, dan moet deze genomen worden vanaf een punt op de 6-meterlijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.
    2. Wanneer een speler een vrije schop neemt, moeten alle spelers van de tegenpartij zich minstens 5 meter van de bal bevinden totdat deze weer in het spel is. De bal is in het spel, zodra hij een afstand gelijk zijn omtrek heeft afgelegd.
    3. De bal behoeft niet stil te liggen, wanneer de vrije schop wordt genomen, maar dient binnen 4 seconden te worden uitgevoerd.
    4. Indien bij het nemen van een vrije schop buiten het strafschopgebied de bal rechtstreeks in het eigen doel geplaatst wordt, moet het spel hervat worden met een hoekschop. Zou dit gebeuren bij een vrije schop vanaf de 6-meterlijn, dan moet de schop worden overgenomen daar de bal niet reglementair in het spel is gebracht.

     

    4. De strafschop

    1. Een strafschop moet worden genomen van de strafschoppunt (6 meter van de doellijn).
    2. De bal moet stil liggen.
    3. Wanneer een strafschop genomen wordt, moeten alle spelers, met uitzondering van de strafschopnemer en de doelverdediger van de tegenpartij, zich binnen het speelveld maar buiten het strafschopgebied bevinden en minstens vijf meter van het strafschoppunt.
    4. De doelverdediger van de tegenpartij moet, totdat de bal is getrapt, op zijn doellijn tussen de doelpalen staan zonder zijn voeten te verplaatsen.
    5. De speler, die de strafschop neemt, moet de bal naar voren trappen. Hij mag de bal niet opnieuw aanraken, voordat de bal door een andere speler is aangeraakt of gespeeld.
    6. De strafschop moet binnen 4 seconden na het fluitsignaal van de scheidsrechter genomen worden.
    7. De bal wordt geacht in het spel te zijn zodra het een afstand gelijk aan zijn omtrek heeft afgelegd.
    8. Het moet de scheidsrechter en de doelverdediger van de tegenpartij duidelijk zijn wie de strafschop gaat nemen.

     

    5. De indribbel

    Wanneer de bal geheel en al over de zijlijn is gegaan, moet de tegenstander van degene die de bal het laatst heeft aangeraakt, de bal indribbelen vanaf het punt van de zijlijn waar de bal buiten het veld geraakte.

    1. De speler moet voordat hij de bal indribbelt, zich met één of beide voeten op of achter de zijlijn bevinden.
    2. De tegenstanders dienen zich bij een indribbel op 5 meter van de bal te bevinden.
    3. De bal moet, mits voldaan is aan punt 3, binnen 4 seconden worden ingetrapt.
    4. De nemer van de intrap mag de bal niet opnieuw aanraken voordat deze door een andere speler is gespeeld of aangeraakt.
    5. Uit een indribbel mag gescoord worden.
    6. Bij een indribbel hoeft de bal niet geheel stil te liggen.

      

    6. De doelworp

    1. Wanneer de bal over de doellijn is gegaan, behalve wanneer een doelpunt is gescoord, moet de bal, indien deze het laatst door een speler van het aanvallende team is geraakt, door de doelverdediger rechtstreeks met één of beide handen (of bij JO8 t/m JO11 door middel van een uittrap) buiten het strafschopgebied in het spel worden gebracht.
    2. De doelverdediger moet hierbij, zich binnen zijn strafschopgebied bevindend, de bal met een worp in het spel brengen.
    3. Bij de JO8 t/m JO11 mag de doelman de bal in het spel brengen door middel van een uittrap. Er mag niet rechtstreeks uit een uittrap worden gescoord.
    4. Indien de bal, nadat de doelverdediger deze vanuit zijn strafschopgebied in het spel heeft gebracht, met opzet door een medespeler naar hem wordt gespeeld, mag de doelverdediger de bal alleen met zijn voeten aanraken.
    5. Bij het nemen van de doelworp dienen de tegenspelers zich buiten het strafschopgebied te bevinden.
    6. Nadat de doelverdediger de bal in zijn bezit heeft gekregen en in zijn strafschopgebied is teruggekeerd, moet de doelworp binnen 4 seconden worden genomen, mits voldaan is aan het gestelde in punt 4.
    7. Wanneer de doelverdediger bij het nemen van een doelworp met de bal in zijn handen buiten zijn strafschopgebied komt, moet de doelworp opnieuw worden genomen.

     

     7. De hoekschop

    1. Wanneer de bal, hetzij in de lucht, hetzij over de grond, over de doellijn is gegaan, met uitzondering van het gedeelte tussen de doelpalen, en het laatst is aangeraakt door een speler van de verdedigende partij, dan moet een speler van de tegenpartij een hoekschop nemen.
    2. Een hoekschop wordt genomen door de bal neer te leggen op het snijpunt van doellijn en zijlijn, het meest nabij de plaats waar de bal over de doellijn is gegaan en van daaruit te trappen of in te dribbelen.
    3. Bij het nemen van een hoekschop moeten de tegenstanders tenminste 5 meter van het hoekschoppunt blijven, totdat de hoekschop is genomen.
    4. De hoekschop moet binnen 4 seconden worden genomen, mits voldaan is aan het onder punt 3 gestelde.
    5. Uit een hoekschop kan rechtstreeks worden gescoord in het doel van de tegenstander.
    6. Bij een hoekschop behoeft de bal niet geheel stil te liggen.

      

    8. Diversen

    1. De bal is uit het spel, indien deze het plafond/spanten boven het speelveld heeft geraakt. De wedstrijd wordt hervat met een indirecte vrije trap aan de zijlijn.
    2. De bal mag op de keeper worden teruggespeeld, waarbij de doelverdediger de bal alleen met de voeten mag aanraken. Raakt hij de bal met de handen aan, dan wordt dit bestraft met een vrije trap vanaf de 6 meter lijn.
    3. Spelhervattingen (vrije schop, hoekschop, indribbel etc.) dienen binnen 4 seconden te worden afgehandeld. Eveneens dient de tegenstander zich op 5 meter afstand te bevinden. Gebeurt dit niet, dan kan de scheidsrechter dit bestraffen met een directe vrije trap.
    4. Wanneer een team niet komt opdagen, verliest het de wedstrijd met 3-0. Komt een team te laat, dan probeert de zaalleiding de wedstrijd op een andere manier in te passen. Lukt dit absoluut niet, dan verliest het team dat te laat is de wedstrijd met 3-0.
    5. Bij problemen of geschillen in de zaal kunnen verenigingen contact opnemen met de betreffende zaalleider. Deze kan dan e.e.a. bespreken cq. voorleggen aan de organisatie Pupillenvoetbal IJsselstreek.
    6. Het eerst genoemde team is verantwoordelijk voor het verzorgen van een scheidsrechter.
    7. Bij gelijke eindstand in de poule: Doelsaldo >  Gescoorde doelpunten > Winnaar onderling duel > Strafschoppen (als beide teams aanwezig zijn)
    8. Indien er een plofbal aanwezig is, hiermee spelen.
  • Hoofdsponsoren